De huurprijs van een sociale woning kan op twee manieren berekend worden. De berekeningswijze hangt af van de woning die je huurt.
1. Je huurt een eigen woning van de woonmaatschappij
Dit zijn de vroegere woningen van sociale huisvestingsmaatschappijen.
De Vlaamse overheid legt de regels van de berekening vast. Die hangt af van:
- je (gezins)inkomen
- de grootte van jouw gezin
- en de waarde / kwaliteit van de woning
Meer informatie over de sociale huurprijsberekening van eigen woningen lees je hier.
2. Je huurt een ingehuurde woning van de woonmaatschappij
Dit zijn woningen die de woonmaatschappij zelf huurt op de private markt, en daarna aan sociale huurders doorverhuurt. Dit zijn de vroegere woningen van een sociaal verhuurkantoor.
De woonmaatschappij onderhandelt met de eigenaar over de huurprijs. Je betaalt als huurder doorgaans dezelfde huurprijs als de woonmaatschappij betaalt aan de eigenaar. Soms kan die prijs iets hoger liggen:
- als de woonmaatschappij zelf kosten heeft gedaan om de woning te renoveren,
- of als de maatschappij dit beslist op basis van goed onderbouwde redenen.
Er zijn ook minimumbedragen, afhankelijk van het aantal slaapkamers.
Meer informatie over de sociale huurprijsberekening van ingehuurde woningen vind je hier.
Goed om te weten:
Als je een ingehuurde woning huurt, kom je meestal in aanmerking voor een huursubsidie. De woonmaatschappij helpt u bij die aanvraag. Deze huursubsidie wordt rechtstreeks aan de woonmaatschappij gestort. Jij betaalt dan enkel nog het verschil.