Wanneer je uit elkaar gaat en je de sociale woning wil blijven bewonen, zijn er een aantal zaken waarmee je rekening moet houden.
Belangrijk om te weten: Enkel personen met woonrecht kunnen in de woning blijven wonen.
- Je hebt woonrecht als het huurcontract op je naam staat.
- Je verwerft ook woonrecht als je partner bent van de huurder met woonrecht: jullie zijn gehuwd, wettelijk samenwonend, of al minstens één jaar feitelijk samenwonend als partners. In dit laatste geval moet er wel een verklaring op eer zijn of een ander bewijs waaruit blijkt dat de referentiehuurder zijn feitelijke partner erkende.
Twijfel je of je woonrecht hebt, vraag dit dan na bij de woonmaatschappij.
Hebben jullie beiden woonrecht?
Dan moet er een duidelijke regeling komen over wie in de woning mag blijven. Je kan hierover best samen tot een akkoord komen. Eénmaal dat jullie een akkoord hebben, regelen jullie dit rechtstreeks met de woonmaatschappij.
Raken jullie het niet eens? Dan kan bemiddeling of eventueel de rechter in de Rechtbank van eerste aanleg (familierechtbank) een oplossing bieden.
De partner met woonrecht die de woning verlaat, kan zich opnieuw inschrijven als kandidaat-huurder. Er gelden echter geen voorrangsregels: je sluit gewoon achteraan de wachtlijst aan.
Heeft slechts één van beiden woonrecht?
De persoon met woonrecht behoudt de woning en regelt dit met de woonmaatschappij. Als je geen woonrecht hebt (bijvoorbeeld omdat je minder dan een jaar feitelijk samenwoonde), dan kan je de woning niet blijven bewonen.
LET OP: Zolang er geen akkoord of beslissing is, blijven beide partners gezamenlijk verantwoordelijk voor de huur en eventuele schulden.