Waarom huurders er geen belang bij hebben om hun woning ‘af te breken’
Het is een hardnekkige mythe die wel vaker de kop opsteekt: huurders zouden opzettelijk schade toebrengen aan hun huurwoning om een sociale woning te bekomen. Deze week schreven 20 NVA-burgemeesters hier nog een opiniestuk over. Dat misverstand moet de wereld uit. We leggen dus graag uit waarom huurders er helemaal geen baat bij hebben om bewust schade aan te richten.
Om te beginnen draait de huurder uiteindelijk toch zelf op voor die schade. Uit de vergelijking met de intredende plaatsbeschrijving zal namelijk blijken welke schade er is. En op basis daarvan zal ook geoordeeld kunnen worden wie daar verantwoordelijk voor is. Als blijkt dat de huurder opzettelijk schade heeft veroorzaakt, zal hij die kosten altijd zelf moeten dragen.
Sommigen argumenteren dat huurders dit risico toch zouden willen lopen omdat ze zo sneller aan een sociale woning kunnen komen. Maar ook dat klopt niet. Hoewel er vele woningen zijn met kwaliteitsproblemen – meestal doordat de verhuurder zijn verantwoordelijkheid niet nakomt-, worden er amper sociale woningen toegewezen op basis van zulke situaties.
Wie toch kans zou maken, ziet die meteen vervliegen als hij zelf de oorzaak is van de ongeschiktheid of onbewoonbaarheid. De huurder moet namelijk op papier verklaren dat de gebreken niet ten laste van hem gelegd worden. Komt later, bijvoorbeeld tijdens een procedure bij de vrederechter aan het licht dat de huurder toch in fout was, dan verliest hij de sociale woning en moet hij de sociale korting terugbetalen. En dat bovenop de kosten van de schade die hij zou aangebracht hebben in de private huurwoning. Wie zou ooit dat risico nemen?
In elk geval moet een huurder minstens zes maanden in de woning wonen en er nog wonen op het moment van de toewijzing. Dat kan heel lang duren. De huurder die zijn woning zou ‘afbreken’, moet daar nadien dus nog een hele tijd blijven wonen en creëert zo een ongezonde situatie voor zichzelf.
Daar komt nog bij dat niet elk soort gebrek in aanmerking komt voor een voorrang. Er moeten minstens drie zware gebreken zijn die te maken hebben met het ‘omhulsel’ van de woning’ of de ‘binnenstructuur’. Concreet gaat het over scheuren in muren, heel zware vochtproblematieken of een instabiel dak. Het voorbeeld van de huurder die aan de elektriciteit zou prutsen om een onbewoonbaarverklaring te bekomen, is dus helemaal van de pot gerukt.
Ook het idee dat huurders zo makkelijker onder een huurcontract uit kunnen klopt helemaal niet. Een huurcontract kan enkel nietig verklaard worden wanneer de kwaliteit bij aanvang van de huur niet voldoet. En het is de volle verantwoordelijkheid van de verhuurder om een kwalitatieve woning te leveren, die minstens aan de minimale Vlaamse kwaliteitsnormen voldoet. Verhuurders die zeker willen zijn dat ze een woning verhuren die bij aanvang in orde is, kunnen een conformiteitsattest aanvragen, waaruit blijkt dat de woning effectief in orde is.
Natuurlijk kan het gebeuren dat een huurder schade veroorzaakt, net zoals sommige verhuurders weigeren om noodzakelijke herstellingen uit te voeren. Blijkt daar onenigheid over, dan is het logisch dat de benadeelde partij de vrederechter daarover aanspreekt. Die zal objectief de situatie analyseren, op basis van alle relevante documenten, in het bijzonder de plaatsbeschrijving.
Maar stellen dat huurders er belang bij hebben om schade aan te brengen aan de huurwoning? Dat is gewoon niet juist.
Ook interessant: de factcheck van Knack over het onderwerp.